Deel in mijn interesse in de Tweede Wereldoorlog en de verwachting van Jezus wederkomst...

vrijdag 28 april 2017

Aandacht voor de Slag om Groningen in Andere Tijden

Vanavond belooft een bijzondere avond te worden, want dan gaan we naar de Molenberg in Delfzijl naar de première van de documentaire over de Slag om Groningen van 13 tot en met 16 april 1945 door het televisieprogramma Andere Tijden. De documentaire wordt uitgezonden op zaterdagavond 29 april om 21.25 uur op NPO 2.


Groningse grachtenOp 13 april beginnen de gevechten. Op filmbeelden gemaakt door het Canadese leger is de opmars prachtig te zien. We zien soldaten die door de stad oprukken. Te voet, in vrachtwagens en met tanks. We zien soldaten schieten op de grachten. We zien hoe ze kruispunten aanvallen.


De strijd duurt vier dagen en is zwaar. Er wordt gevochten om elke straat, elk kruispunt en soms zelfs om elk huis. Meer dan 40 soldaten sneuvelen bij de bevrijding van de stad. Na de oorlog verzucht een Canadese soldaat "De gevechten in Groningen behoren tot de ergste van de hele oorlog".



Festung Delfzijl
Na de slag om Groningen hopen de ’Canux’ dat de bevrijding van Delfzijl een ‘walk in the park’ wordt. Op weg naar de meest noordelijke haven van Nederland liggen slechts een paar gehuchten en de oorlog nadert nu echt wel zijn einde dus Duitse troepen zullen niet meer zo fanatiek zijn, zo redeneren de soldaten.


Het loopt anders. Delfzijl is uitgeroepen tot Festung Delfzijl wat bij de nazi’s betekent dat de haven tot de laatste man verdedigd zal worden. 4000 Duitse soldaten moeten hiervoor zorgen. De route naar de haven is deels geïnundeerd en met mijnenvelden, mitrailleursnesten, geschutstellingen, loopgraven, prikkeldraadversperringen en wegversperringen proberen Duitse troepen de opmars van de geallieerden te stoppen.



Canadese troepen moeten voor elk dorp keihard vechten en verliezen daarbij veel mannen. Als de laatste Duitse soldaten zich op 2 mei overgeven en heel Nederland in Canadese handen is, kan de trieste balans worden opgemaakt.



Bij gevechten in het Eemsmondgebied zijn tenminste 88 burgers en meer dan honderd Canadese militairen om het leven gekomen. Drie dagen later tekent de Canadese generaal Foulkes in hotel ‘De Wereld‘ in Wageningen de Duitse capitulatie in Nederland.

Koningsdag 2017 in Ermelo

Dit keer besloten we op Koningsdag mijn 89 jarige moeder nog maar eens te bezoeken in Ermelo. Vroeger toen de kinderen klein waren was het een traditie jaarlijks naar haar toe te gaan. Nu waren de kinderen er weliswaar niet meer bij, want die hadden hun eigen feestje natuurlijk, doch wij gingen samen en dat was ook gezellig. Mijn vrouw verheugde zich er op om in het toch oranje-gezinde Ermelo een aubade te zingen bij het gemeentehuis, zoals we dat vroeger ook deden. Met mooie oud-Nederlandse liederen, zoals 'Waar de blanke top der duinen...'
Ze kwam echter bedrogen uit. De tijden zijn veranderd. In een Nederland dat zich meer en meer heeft aangepast aan de immigranten is het zingen van dergelijke liederen niet meer van deze tijd. Dat werd zelfs nog gezegd door het hoofd van de plaatselijke Oranjevereniging. En de kinderen hadden geen tijd meer om een aubade te brengen, want ze zaten op de 'kleedjesmarkt' want de rotzooi van de zolder moest toch ook weg en een extra centje moet toch ook verdiend worden. Er zat een harmonieorkest die het Koningslied ten gehore bracht, die ik overigens de hele koningsdag niet weer heb gehoord, zelfs niet in Tilburg. Daar stond het koninklijk gezelschap op het podium met Guus Meeuwis met hun handen te zwaaien. Tja, het is wel even wennen met een koning die hartstikke gewoon wil zijn. Wel jammer dat alle tradities het land uit zijn geschopt. Maar ach, verder een hele aardige koning en koningin met lieve kinderen, die verder natuurlijk aan niets gebrek hebben. We hebben ons vermaakt. Maar Tilburg is nou niet de stad die echt gezellig is. Gelukkig hebben ze Guus Meeuwis nog...

donderdag 20 april 2017

Verzet in Groningen

Gerrit Boekhoven, leider van verzetsgroep De Groot

Vanaf halverwege 1942 komt het georganiseerde verzet in Groningen van de grond. Het tot de illegaliteit aangewezen socialistische blad ‘De Vonk’ maakt gebruik van de faciliteiten van de Noord Nederlandse Clichéfabriek, een fabriek voor illustratief en grafisch. Gerrit Boekhoven is daar als bedrijfsleider een belangrijk contact. Vanuit deze illegale samenwerking vloeit groep ‘De Groot’ voort, vernoemd naar ‘Henk de Groot’, Boekhoven’s schuilnaam.

Al gauw breidt het verzetswerk zich uit. Groep ‘De Groot’ richt zich al vroeg op het verschaffen van onderduikadressen en distributiebonnen, veelal in samenwerking met ambtenaren en andere verzetsgroepen. Zo leert Boekhoven Sipke Visser kennen, die in de Spaanse Burgeroorlog tegen Franco had gevochten. Ook Boekhoven’s vriendin Dinie Aikema, ook wel ‘mevrouw De Groot’ genoemd, helpt actief mee in het verzet.

Boekhoven neemt steeds meer risico. Zo gaat hij in september 1944 persoonlijk naar het station om het personeel tot staken te bewegen. De staking slaagt slechts gedeeltelijk. Dat komt deels door de angst van het personeel, maar ook deels door een conflict tussen verschillende verzetsgroepen. Door een noodlottige arrestatie Henk Lommert komt de S.D. Boekhoven op het spoor. Op 12 januari arresteren ze Boekhoven en zijn vriendin Dinie. Beide worden in het voorjaar van 1945 vermoord.

woensdag 19 april 2017

Noodtoestand in Nederland 19 april 1940

Nieuws van toen: Op 19 april 1940 kondigt minister-president De Geer op de radio de staat van beleg (noodtoestand) voor het hele land af.

De Duitse inval in Denemarken en Noorwegen op 9 april doet de onrust toenemen. Bovendien circuleren allerlei geruchten van de aanwezigheid van een vijfde colonne. Ondanks alle dreigingen vanuit het oosten benadrukt De Geer de strikte neutraliteit van het land.

zondag 16 april 2017

vrijdag 14 april 2017

Kamp Westerbork per telefoon bevrijd

Op 12 april 1945 bevrijden Canadezen zonder bloedvergieten Kamp Westerbork. Squadron B en C lagen bij het Oranjekanaal en trekken die ochtend naar Spier waar zij Franse paratroepers ontmoeten, die in de nacht van 7 op 8 april zijn gedropt tijdens de operatie Amherst.
In de middag van 11 april zijn de Duitsers gevlucht. Ze nemen 116 vrouwelijke niet-Joodse politieke gevangenen mee en laten die op 14 april bij Visvliet vrij. Kampcommandant Gemmeker draagt bij zijn vertrek het commando over aan de eerste dienstleider Kurt Schlesinger die op zijn beurt het commando overdraagt aan Aad (Adriaan) van As. Deze overdracht vindt plaats door het overhandigen van een klein pistool.

Aad van As

Van As werkt in het kamp als ambtenaar van de voedseldistributie in het kamp en woont er zelfs met zijn gezin. Het hoofd van de voedseldistributie heeft recht op een dienstwoning. 'Onze barak grensde aan de weg waar de trein langsreed, de Boulevard des Misères. Vanuit het raam konden we alles zien gebeuren. Het was iedere keer hartverscheurend.' Van As ziet negentig keer de trein uit Kamp Westerbork vertrekken. Hij heeft 30 medewerkers en moet die voortdurend van de transportlijst houden.

‘Ik heb de Duitsers in alle opzichten tegengewerkt.’ Van de dertig medewerkers van de voedseldistributie zijn er zes door toedoen van Van As niet op transport gesteld. In hun plaats hebben de nazi's overigens andere mensen gedeporteerd. Nog eens vijf medewerkers hebben de vernietigingskampen overleefd. Van As weet niet wat de Joden in de 'werkkampen' te wachten stond. Hij verstopt briefjes in de wagons met het verzoek om verslag te doen. Bij terugkeer staat er soms wat op gekrabbeld over de aankomst bij een fabrieksstad met hoge schoorstenen. Maar uit de kampen kwam nooit een bericht terug.


'De tommies zijn er'

Rond drie uur worden de kampbewoners door van As in de Grote Zaal bij elkaar geroepen om te overleggen wat er verder gebeuren moest. Plotseling roept iemand van achter uit in de zaal, 'Meneer van As, telefoon voor u'. Op zijn vraag, 'Wie vraagt er naar mij,' komt het antwoord: 'de Tommies zijn er'. Iedereen rent naar buiten, richting kampboerderij, om de bevrijders binnen te halen. Velen springen bovenop de pantserwagens en rijden als overwinnaars tot aan de ingang van het kamp.


Aad van As vraagt na de overdacht van het kamp het hoofd van de buitendienst Zielke de Canadezen tegemoet te gaan en die overhandigt de Canadezen gegevens over het kamp. Er zijn dan nog circa 850 gevangenen in het kamp, die worden toegesproken door inlichtingenofficier kapitein Morris.

De bevrijders delen sigaretten en chocolade uit. Van As: 'Toen ik naar buiten kwam vroegen ze mij of ik die vlaggen wilde hijsen. Dit is een van de mooiste momenten van mijn leven geweest. Het werd gedaan onder het zingen van het Wilhelmus en toen voelde ik ineens geen grond meer onder mijn voeten. Ze hebben mij opgetild en zijn hier dansende met mij in het rond gegaan. Een mooiere afsluiting van de bevrijding had er voor mij niet kunnen zijn.'


Gevangenen uit dertien landen

De ruim 850 gevangenen die op 12 april 1945 in Kamp Westerbork bevrijd werden, komen uit dertien verschillende landen.Ruim de helft is Nederlands. De andere gevangenen komen uit Duitsland, Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Engeland, de Verenigde Staten, Roemenië, Peru, Hongarije en Turkije.

Daaronder Louis Wijsenbeek, de latere directeur van het Haagse Gemeentemuseum, komt uit Den Haag. Na de bevrijding treedt Louis toe tot de bekende 'Monuments Men' die geroofde kunst uit heel Europa proberen terug te brengen naar hun rechtmatige eigenaren.Uit de Sovjetunie komt Nicolas Gurowitsch (foto), een man die later als zeer succesvol tenniscoach aan de wieg staat van de carrière van Wimbledon-winnaar Tom Okker. En uit Chili wordt Maruca Reyes-Hagenaar bevrijd, de Nederlandse vrouw van de beroemde Chileense dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda.

Relatief veel van die laatste gevangenen zitten enige tijd in de provincies Drenthe, Zuid-Holland en Friesland ondergedoken. Zij worden na het vertrek van de laatste treinen in september 1944 naar Kamp Westerbork gebracht. Zo ook de moeder van Frits Barend. Zij wordt in maart 1945 alsnog opgepakt. Dat alles blijkt uit een historisch onderzoek dat in april 2016 wordt gepresenteerd in het kader van de website www.bevrijdingsportretten.nl. Op de site staan korte biografieën van overlevenden van Kamp Westerbork.


Samenwonen met arrestanten


De Royal Hamilton Infanterie neemt het gezag over en de wachttorens worden bemand met mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten. De Canadezen trekken de volgende dag verder richting Assen en de bewoners moeten terug naar het kamp en blijven daar nog weken, omdat de omgeving van het kamp nog te gevaarlijk is en lieden in het kamp die met de Duitsers hebben samengewerkt moeten nog worden opgepakt.

Vijf dagen na de bevrijding worden de eerste NSB'ers in kamp Westerbork gevangen gezet, die bewaakt worden door de nog aanwezige Joodse bewoners. (Tot 1 december 1948 wordt het een interneringskamp voor NSB’ers, Waffen–SS’ers, landwachters en andere van collaboratie met de Duitse bezetter verdachte personen.) Pas in juli mogen de laatsten Joden weg. Zij hebben al die tijd het kamp moeten delen met de arrestanten. Adriaan en Bep van As krijgen na de oorlog van Israël de Yad Vashem-onderscheiding. In 1955 emigreren ze met hun drie kinderen naar Australië.

Willem van der Veer

Dat de bevrijding van het kamp rustig verloopt is vooral te danken aan geheim agent Willem van der Veer. Van der Veer wordt in de herfst van 1944 vanuit Engeland boven Drenthe gedropt, om daar 'een paar stoute dingen te doen’. Als lid van de marechaussee vertrekt Van der Veer in de meidagen van 1940 op de fiets naar Zeeuws Vlaanderen, om daar Koningin Wilhelmina op te wachten. Van der Veer: 'Maar de koningin is nooit op komen dagen. Haar schip is de Schelde niet opgevaren vanwege gevaar voor mijnen, en overgestoken naar Engeland.' Zelf vertrekt Van der Veer op de fiets van Breskens naar Brest, 1500 kilometer, en met de boot naar Plymouth.

In Engeland sluit hij zich als vrijwilliger aan bij de Britse commandotroepen. 'Het was een allegaartje van mensen. Er zat zelfs een Duitser bij. Maar we konden heel goed opschieten met elkaar.' Na een periode van training en beschermen van de Engelse kust geeft Lord Louis Mountbatten de commando's opdracht om in Birma te gaan vechten. Daar doet Van der Veer veel ervaring op. 'Het kwam regelmatig tot hevige schermutselingen met de Jappen. Het was een vreemd land en je leed nogal wat ontberingen.'


Van der Veer raakt besmet met malaria en belandt in een ziekenhuis in India en keert uiteindelijk weer terug naar Engeland. 'Er waren landingen gepland. Wij werden opgeroepen om daaraan mee te doen.' In Engeland gaf Prins Bernhard (op de foto op bezoek in Kamp Westerbork) de aanwezige troepen opdracht om gedropt te worden in Nederland. Een deel van Van der Veer's maten komt zo terecht bij Arnhem. Van der Veer heeft de taak om in oktober 1944 als geheim agent af te springen boven bezet gebied.
Van der Veer wordt verantwoordelijk voor het bewapenen en trainen van het verzet in Drenthe. Na zijn pijnlijke landing 'dwars door de bomen' in Veenhuizen begint een periode van onderduiken en activiteiten voor de ondergrondse. Van der Veer wordt bijna gesnapt door de Duitsers als hij onder het hooi ligt en vindt vervolgens onderdak in het hol van de leeuw: bij de commandant van de Duitse veldgendarmerie in Westerbork. 'Als ik mijn oor tegen de muur legde, kon ik de berichten van die generaal afluisteren en zo doorspelen.' Na een oproep zet de geheim agent zich in voor het opleiden van het verzet in de omgeving van Appelscha en Noord-Drenthe.
Prins Bernhard bezoekt het bevrijde kamp Westerbork
Tot 7 en 8 april 1945 Franse parachutisten in Drenthe landen, als deel van Operatie Amherst. Deze operatie van de Franse geheime dienst is erop gericht om strategische plekken (bruggen, vliegvelden) in Noord-Oost Nederland veilig te stellen voor de geallieerde opmars. Zij vereffenen de weg voor de geallieerde troepen die vanuit het zuiden oprukken. Het is dankzij operatie Amherst dat het dorp Westerbork en het nabij gelegen concentratiekamp worden bevrijd.

Heldenrol voor Van der Veer


Van der Veer heeft in deze bevrijding een uitzonderlijke rol. Als de geheim agent op de hoogte is van het plan om Westerbork in te nemen springt hij op de fiets. Onderweg wordt hij nog bijna gearresteerd, maar een Engels jachtvliegtuig betekent zijn redding. Ondertussen is in de verte het geschut van de geallieerden al te horen.

Eenmaal in Westerbork blijkt Van der Veer's kennis van het dorp onmisbaar voor de Fransen. Samen plegen ze een overval op de Duitse commandopost, de plek waar de geheim agent vlak na zijn dropping onderdook. Na een hevig gevecht van twee uur wordt Westerbork bevrijd. Van der Veer besluit daarop om de burgemeester te gijzelen, om zo te zorgen dat de geallieerden de Nederlandse vlag zouden zien wapperen als ze aan zouden komen. 'Ik zal dat gezicht van de burgemeester nooit vergeten. Hij was zo verbaasd dat ik een pistool trok'.

Op het moment dat geallieerde tanks het dorp inrollen, is het concentratiekamp nog niet bevrijd. Ook hier is een heldenrol voor Van der Veer weggelegd. Met één telefoontje slaagt hij erin de staf van het kamp weg te jagen. Kampcommandant Gemmeker had een slechte reputatie, maar voor Van der Veer was het naadje van de kous van Westerbork niet bekend. Pas na de oorlog dringt de waarheid langzaam door. 'We wisten niet hoe erg het er was. Wel dat het er niet goed toeven was, daar was het een Duits kamp voor'.

Willem van der Veer ontvangt in 1948 een Bronzen Leeuw, een speciale dapperheidsonderscheiding. Later keert Van der Veer nog wel eens terug naar Westerbork, om een herdenking in het kamp te bezoeken. Ontroerd vertelt hij: 'Vrouwen dankten me toen op hun knieën. Dan zie je: zij leven nog, zij zijn gelukkig. Dat doet goed.'

Bron: geschiedenis24.nl


Een kleine 1500 mensen herdenken in 2010 de bevrijding van Kamp Westerbork, dan 65 jaar geleden. De herdenking begint met een stille tocht vanaf de ingang van het kampterrein. Ongeveer honderd kampoverlevenden lopen mee.

Acteur Bram van der Vlugt leest briefkaarten met afscheidsboodschappen voor en vier overlevenden dragen dagboekfragmenten uit de oorlog voor. Leerlingen van middelbare scholen leggen witte anjers neer bij het Nationaal Monument Westerbork. Dat doet ook de 87-jarige Selma Engel-Wijnberg, de enige Nederlandse vrouw die de verschrikkingen in het Poolse vernietigingskamp Sobibor heeft overleefd. Uit haar dagboek worden een aantal pagina's voorgelezen door actrice door actrice Ellis van Maarseveen, die in de bioscoopfilm Escape from Sobibor (1987) de rol van Selma speelde. De herdenking in Hooghalen eindigt met een minuut stilte na het uitspreken van het Joodse gebed Kaddisj door rabbijn Ies Vorst, die zelf zijn hele familie in de oorlog verliest.

Zondag 12 april 2015 wordt op het voormalige terrein van Kamp Westerbork een druk bezochte herdenking van de bevrijding van het kamp gehouden. naar schatting 2000 mensen zijn daarbij aanwezig, waaronder voorzitter Anouchka van Miltenburg van de Tweede Kamer en rabbijn Ies Vorst met kleinzoon.

Geluidsmonument op kampterrein

Directeur Dirk Mulder van het herinneringscentrum presenteert in het indrukwekkende decor van twee oude spoorwegwagons een 'geluidsmonument'. Vanaf deze herdenkingsdag zijn op het terrein de namen te horen van mensen die vanuit het kamp zijn weggevoerd. Uit luidsprekers in twee speciaal gerestaureerde wagons klinken de namen voortaan dagelijks. De wagons staan als 'geheugensteun' op een nieuw aangelegd stuk spoor bij de zogeheten Rampe, de plek op het kampterrein waar tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 de treinen vertrokken. De namen zijn ingesproken door presentatoren, nieuwslezers, verslaggevers en andere medewerkers



woensdag 12 april 2017

Battlefield Tour Operation Amherst 9 april 2017

Symposium over de NSB in het Westland

Op donderdag 6 april 2017 hield de stichting Regionaal Geschiedkundig Onderzoek (SRGO) in De Kiem in 's Gravenzande een symposium met als titel 'Het gezicht achter de NSB'. Wij waren er bij.
Het symposium ging vooraf aan de presentatie van het boek 'Kring 71: de NSB in het Westland' geschreven door Maaslander en SRGO-voorzitter, drs. Philip Van den Berg. De eerste exemplaren werden overhandigd aan de Westlandse burgemeester Sjaak van der Tak en prof. dr. Peter Romijn.

Sprekers tijdens het congres waren de historici dr. Ewart Bosma, prof. dr. James Kennedy, dr. Frank van Riet, prof. dr. Peter Romijn en drs. Robin te Slaa. Zij spraken onder meer over de politie en het nationaal socialisme, het lokaal bestuur en de NSB. Ook de vraag hoe radicaal de NSB was kwam aan de orde
Winterhulp was de gemeenzame benaming van de Stichting Winterhulp Nederland (WHN), de nationaalsocialistische organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog alle maatschappelijke hulpverlening zoals verleend door de overheid, particuliere en kerkelijke organisaties in Nederland moest overnemen. Winterhulp werd opgericht op 22 oktober 1940 door rijkscommissaris Seyss-Inquart. De hulpverlening was volgens het spraakgebruik op de winter gericht. Onder het nationaalsocialisme kon er volgens de leer geen armoede bestaan, alleen in tijden van winterkou zou extra liefdadigheid in de vorm van voedsel, kleding en dergelijke nodig zijn. Volgens artikel 2 van het oprichtingsdecreet was de doelstelling: "Het is de taak der Stichting om de in het bezette Nederlandsche gebied levende behoeftige Nederlandsche staatsburgers zonder aanzien des persoons hulp en ondersteuning te verschaffen". De steun bestond uit waardebonnen en goederen als levensmiddelen, kleding etc. Aanvankelijk kregen Joden ook steun, maar die hulp stopte al snel.
De NSB is het oersymbool van rechts-extremisme in Nederland. In dit boek wordt de ontstaansgeschiedenis van de NSB voor het eerst systematisch en met gebruikmaking van alle beschikbare archieven beschreven. 




In het interbellum kwamen in Nederland allerlei kleine radicale partijen op, geïnspireerd door het Italiaanse fascisme van Mussolini. De meeste verdwenen in korte tijd, doorgaans na inmenging van querulanten en politieke dwaallichten (de parallel met het heden dringt zich op).
De Nationaal Socialistische Beweging van ir. Anton Mussert, opgericht in 1931, was de eerste extreem-rechtse partij die langer standhield.
De historici Te Slaa en Klijn beschrijven hoe de NSB haar eigen nationale variant van het fascisme probeerde te ontwikkelen, maar zich niet kon onttrekken aan de invloed van Hitlers Derde Rijk. Het 'Nederlandsche nationaal-socialisme' kreeg daardoor steeds meer nazistische trekjes.


Binnen de NSB bestond de jeugdbeweging 'De Jeugdstorm'. Deze twee meisjes zijn gekleed in het uniform van de Jeugdstorm en brengen enthousiast de Hitlergroet.
De organisatie stond er formeel los van, maar had in de praktijk zeer nauwe banden met de NSB. De leider ('hoofdstormer') was de vooraanstaande NSB'er Cornelis van Geelkerken. Op 1 mei 1934 werd Van Geelkerken als ambtenaar ontslagen, omdat NSB-lidmaatschap onverenigbaar met een dienstbetrekking bij de overheid werd geacht. Op diezelfde dag richtte hij de Jeugdstorm op. Bijna alle leden van de Jeugdstorm waren kinderen van NSB'ers. Voorafgaand aan de bezetting had de Jeugdstorm circa 2000 leden; een aantal dat gedurende de oorlog toenam tot ruim 12.000. Andere bronnen spreken van 16.000 leden. Leden waren tussen 10 en 17 jaar, en moesten Nederlander, bij voorkeur 'Arisch' zijn, doch vooral niet joods. Er waren wel enige leden met Indisch bloed. De leden noemden zich meeuwen en meeuwkes (10-13 jaar) en stormers en stormsters (14-17 jaar). Jongens en meisjes vormden gescheiden groepen binnen de organisatie. Als ze 18 werden, werden de jongens vrij naadloos de Nederlandse Arbeidsdienst of de Waffen-SS in geloodst.

Aktion Silbertanne (Actie Zilverspar) was een codenaam voor een serie moordaanslagen en sluipmoorden die door Nederlandse SS'ers en Nederlandse oostfrontveteranen werd gepleegd tussen september 1943 en september 1944. De naam "Aktion Silbertanne" is afgeleid van het feit dat er een sparrentak kwam te staan achter de naam van mogelijke slachtoffers op de lijst van Nederlandse prominenten. De acties golden als represaillemaatregel voor aanslagen op vooral Nederlandse collaborateurs en hadden als zodanig de steun van diverse Duitse officieren. Ze werden uitgevoerd door speciaal geformeerde moordcommando's van de Waffen-SS en later alleen nog door het beruchte Sonderkommando Feldmeijer. Enkele beruchte Nederlandse oorlogsmisdadigers die aan de Silbertanne-liquidaties meewerkten waren Heinrich Boere, Maarten Kuiper, Sander Borgers, Klaas Carel Faber, zijn broer Pieter Johan Faber, Daniel Bernard en Lambertus van Gog. De moordcommando's gingen te werk in de verhouding 1:3 – voor elke door het verzet omgebrachte collaborateur werden drie Nederlanders uit de weg geruimd die als antinationaalsocialistisch bekendstonden. Hiertoe hield de bezetter in het geheim lijsten bij met anti-Duitse kandidaten die voor deze represaillemaatregel in aanmerking kwamen.
De moorden begonnen in Meppel en Staphorst in het najaar van 1943. De slachtoffers waren personen die bekendstonden als Oranjegezind of Deutschfeindlich. Zonder enige vorm van proces werden zij, na aanbellen, doodgeschoten in de deuropening van hun woning of ergens langs de kant van de weg. Binnen een jaar werden 45 anti-Duitse Nederlanders vermoord. 11 anderen wisten de aanslagen te overleven. Bekende slachtoffers van de Aktion Silbertanne waren de schrijver A.M. de Jong en de chirurg Engbertus Johannes Roelfsema.
Anton Mussert, leider van de NSB, was tegen deze moordcommando's. Toen SS-Brigadeführer Eberhard Schöngarth van deze gewelddadigheden hoorde, maakte hij er in september 1944 een einde aan. Hanns Albin Rauter is mede op grond van deze acties ter dood veroordeeld.

Prof dr Peter Romijn van het NIOD had het over de NSB en het lokaal bestuur. Hij deponeerde enkele stellingen met toelichting.
  1. De NSB had als rechts-autoritaire beweging een beperkt zelfstandig groeipotentieel. In het Westland kreeg de beweging nauwelijks meer belangstelling vanwege haar gedachtengoed dan andere partijen.
  2. De NSB en haar bestuurders miskenden dat de legitimiteit van het bestuur berust op meer dan eerzame motieven en goede bedoelingen. Het zittende bestuursapparaad werd steeds meer ingelijfd door de bezetter.
  3. De NSB was geen gelijkgestemde 'dadergroep', maar het is niet vreemd dat de leden werden aangesproken op de daden die uit naam van de beweging en het nationaalsocialisme zijn begaan. Los van de rol die ieder NSB-lid had vervuld binnen de beweging, werd men ten volle verantwoordelijk gesteld voor de steun van de NSB aan de bezetter en de daaruit voortvloeiende daden. Men hoefde enkel lid de beweging te zijn geweest om na de oorlog te worden vastgezet. Veroordeling van NSB'ers vond plaats op grond van ontrouw aan het vaderland.
Dr. Ewart Bosma sprak over het onderwerp Ds Kersten, de SGP en de NSB. De NSB viste uit diverse vijvers in de samenleving, ondermeer in de kerken. Ds. G.H. Kersten heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de oprichting van de NSB. De SGP was een interkerkelijke partij. Veel zogenaamde 'bevinderlijk gereformeerden' behoorden tot de SGP. Men zag in het heersende wereldbeeld een verval in kerk en staat. De hieruit ontstaande afkeer van de moderniteit, niet alleen technologische vooruitgang, maar ook gewijzigde opvattingen met betrekking tot de zede, maatschappelijke verhoudingen, politiek en theologie, droegen er toe bij dat ook in deze gezindte de NSB haar aanhang vond.
Dankwoord door Elisa Vreugdenhil ter afsluiting

Ook wij ontvingen een door de schrijver gesigneerd exemplaar. We kregen zijn waardering voor het feit dat we er een lange reis door de problematische Nederlandse spits op de wegen voor over hadden gehad om het symposium en zijn boekpresentatie bij te wonen. Maar we vonden het beslist de moeite waard!

zondag 9 april 2017

Germans in WWII

German youths studying the differences between Aryans and Jews

vrijdag 31 maart 2017

Historisch bevrijdingsvliegtuig na jaren 'ergens in een schuur' gevonden


Een unieke vondst in een Noord-Hollandse schuur: daar werd na jaren van vermissing een bevrijdingsvliegtuigje is teruggevonden. Het vliegtuig speelde een belangrijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het op 5 mei 1945 in het nog bezette Amsterdam landde. 
Op 6 mei landde het vliegtuig voor de tweede keer in Amsterdam. Een groot deel van Nederland was toen al bevrijd, maar Amsterdam nog niet. Dat gebeurde op 8 mei.
Arno van der Holst, oud-directeur van Aviodrome, vond het toestel. Dat was bij toeval, vertelt hij in het NOS Radio 1 Journaal. "Ik wist al een tijd dat het vliegtuigje in een schuurtje stond en ben erachteraan gegaan. De eigenaar vertelde me uiteindelijk het hele verhaal van het vliegtuigje. Daar ging mijn hart sneller van kloppen."


Het vliegtuigje landde vlak voor de bevrijding in Amsterdam op de Stadionkade om verzetsstrijder majoor Kamphuis op te halen. De landing moest geheim blijven en waarom de majoor werd opgehaald, is niet helemaal duidelijk. "Vermoedelijk heeft hij informatie ingewonnen over de intocht van de geallieerden een paar dagen later, op 8 mei", vertelt Van der Holst. 


De landing van het vliegtuigje was een van de eerste tekenen dat de stad snel bevrijd zou worden.


Na de oorlog is het toestel 'uit dienst' gegaan bij de luchtmacht, waarna het in privéhanden is gekomen en een aantal keer is verkocht. Uiteindelijk is het in handen van de huidige eigenaar gekomen, die anoniem wil blijven. De huidige eigenaar heeft ook de originele logboeken van het vliegtuig in zijn bezit.


Het vliegtuigje wordt waarschijnlijk op 5 mei op het Amsterdamse Museumplein tentoongesteld. "Maar we zijn nog wel op zoek naar een sponsor om het opknappen van het vliegtuigje mogelijk te maken", zegt Van der Holst.

maandag 27 maart 2017

Oslo Gospel Choir

Op zaterdag 25 maart 2017 waren we in Drachten bij het concert van één van de bekendste gospelgroepen: Oslo Gospel Choir. Volgend jaar bestaat ze 30 jaar. Ze brachten de musical Messiah ten gehore voor een publiek van bijna 2000 mensen. Ondanks de ongunstige plek ben ik er toch in geslaagd opnamen te maken.